Ervaringen met de WMO: racen met je aankoppelhandbike?

Delen
Stel dat je gemeente je net een nieuwe ADL-rolstoel heeft verstrekt als vervoershulpmiddel in het kader van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Stel dat je vervolgens een sprtrolstoelbudget aanvraagt voor een basketbal- of bijv. tennisrolstoel. Stel dat je dan van je gemeente te horen krijgt: sorry, dat doen we niet want u kan prima basketballen of tennissen in uw nieuwe ADL-rolstoel. Uiteraard accepteer je dat niet want behalve dat je ADL-rolstoel helemaal niet aan de vereiste basketbalregels voldoet, heb je in het kader van de WMO recht op dat sportrolstoelbudget voor de aanschaf van een sportspecifiek product.

Nu de volgende situatie: je hebt net een nieuwe ADL-rolstoel gekregen en daaraan bevestigd, een aankoppelbare handbike. Beide als vervoersvoorziening. Vervolgens vraag je een sportrolstoelbudget aan als bijdrage in de kosten van een vast-frame handbike, bedoeld voor de wedstrijdsport handbiken. De gemeente zegt: sorry, maar we verstrekken je dat sportrolstoelbudget niet want je kan prima sport bedrijven met die aankoppelbare handbike Wat doe je dan?

Hoorzitting

Het overkwam Wim van de Tak uit Bergschenhoek. Uiteraard accepteerde Wim deze beslissing van zijn gemeente niet en dus kwam het tot een hoorzitting. In die hoorzitting voerde de gemeente aan dat zowel op de site van de handbike speciaalzaak in Nederland als op de site van de toenmalige landelijke handbike vereniging, de Road Racers Club Nederland (RRCN) te vinden was dat de aankoppelbare handbike ideaal is voor vervoer, fitness, recreatie en sport! Welnu, als deze aankoppelbare handbike prima te gebruiken is als sport-hulpmiddel, waarom zou de gemeente dan nog een sportrolstoelbudget ter beschikking stellen voor de aanschaf van een vast-frame handbike?

Specifieke producten

Dat lijkt misschien een logische redenatie, maar dat is het niet! Zoals basketbal, tennis en andere rolstoelsporten gebruik maken van sportspecifieke producten, zo geldt dat ook voor het handbiken. Zoals je anno 2009 niet met je ADL-rolstoel basketbalt of tennist, zo bedrijf je ook geen wedstrijdsport met je als vervoersvoorziening verstrekte aankoppelbare handbike. Ook  voor het handbiken als wedstrijdsport zijn reeds vanaf 1992 zeer specifieke producten ontwikkeld.

De wedstrijdhandbike anno 2009, is een vast-frame, 3-wielig voertuig dat licht en stijf is, dat het zwaartepunt zeer laag bij de grond heeft en goed verdeelt tussen de 3 wielen, om altijd tractie te houden tijdens het aandrijven. Dat voertuig heeft een ergonomie (lighouding of kniezitpositie) ontworpen om het rijden met hoge snelheid veilig mogelijk te maken. Een zeer specifiek product dus!

Eisen aan een wedstrijdhandbike

Sinds enkele jaren is het wedstrijdhandbiken ondergebracht bij de KNWU (Koninklijke Nederlandse Wielren Unie) en gelden voor handbikewedstrijden  in principe de volgende simpele regels:
  • Een handbike is een vast-frame driewiel handbewogen fiets
  • Verplicht per handbike: 2 remmen en een tandwielbeschermer
  • Verplicht is de afstandhouder.

Een aankoppelbare handbike bevestigd aan een rolstoel voldoet zelfs niet aan deze basale regels. Het is geen vast-frame driewiel handbewogen fiets maar een rolstoel met voorzetwiel.
Het heeft doorgaans maar n rem: de terugtraprem en er is in geheel Nederland niet n rolstoel-aankoppelhandbike-combinatie te vinden met een afstandshouder (soort bumper aan de achterzijde die het tussen de achterwielen rijden van de voorliggende handbike moet voorkomen). Simpelweg omdat die afstandhouders uitsluitend geconstrueerd worden voor de vast-frame racemachines die in de wedstrijdsport handbiken gebruikt worden.

Ook al zou je dus mee wllen doen met je aankoppelbare handbike, je mg niet eens meedoen in het wedstrijdcircuit! Hoe kan de gemeente zich dan op het standpunt stellen dat je best sport kan bedrijven met je aankoppelbare handbike? Nu heb je sportieve recreatie c.q. recreatiesport n wedstrijd- of topsport.

De aankoppelbare handbike is een fantastisch mobiliteitshulpmiddel waaraan vele mensen heel veel plezier beleven en waarmee, inderdaad, heel goed deelgenomen kan worden aan sportieve handbike-evenementen zoals de (prachtige) meerdaagsen van Deurne en Delden! (NB Soms wordt er een aparte wedstrijd voor aankoppelhandbikes georganiseerd: dan gelden deze KNWU-regels niet.)

Onveilig

Maar wedstrijdsport..nee helaas, daar is de aankoppel handbike niet voor gebouwd, niet geschikt voor, onveilig bij hoge snelheden een daardoor ook verboden in het wedstrijdcircuit. Vergelijk het met een voetaangedreven stadsfiets. Als iemand met een stadsfiets zou verschijnen bij een wielrenwedstrijd wordt hij/zij niet alleen uitgelachen, maar het wordt hem/haar ook verboden om deel te nemen! Die parallel geldt ook in de rolstoelsport wanneer we de aankoppelbare handbike (stadsfiets) vergelijken met de vast-frame racehandbike (wielrenfiets).

Terug naar Wim: het wordt Wim dus onmogelijk gemaakt door de gemeentelijke beslissing om te participeren in de sport. Hij kan deelnemen aan handbike evenementen en toertochten, maar niet aan het wedstrijdcircuit. En daar gaat het hem nu juist om! De WMO, inclusief de sportrolstoel-budget regeling, is er juist om die maatschappelijke participatie, hier dus in de wedstrijdsport, mogelijk te maken. Het standpunt van de gemeente Lansingerland, waaronder Bergschenhoek valt, is hiermee dus in strijd en het is dan ook niet moeilijk om te voorspellen hoe een onafhankelijke instantie, de rechter, hierover zal oordelen.

Het compensatiebeginsel in de WMO

Soms zit het mee en soms zit het tegen. Dit keer zit het tegen: Wim van de Tak krijgt van zijn gemeente Lansingerveld (nog steeds) geen vergoeding (sportrolstoel-budget) voor de aanschaf van een vastframe handbike.
De WMO kent het zgn. compensatiebeginsel: het is de opdracht aan het gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen een zo gelijkwaardig mogelijke uitgangspositie te verschaffen, zodat zij zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke participatie.

Wim heeft eerder, vanuit dit WMO-kader, een rolstoel met aankoppelbare handbike verkregen. Pas jaren n deze verstrekking doet hij zijn aanvraag voor een sportrolstoel (vastframe handbike). Daarover zegt de WMO het volgende: een persoon komt voor een persoonsgebonden budget, te besteden aan een sportrolstoel, in aanmerking, indien beperkingen op grond van ziekte en gebrek sportbeoefening znder sportrolstoel onmogelijk maken.

Oordeel van de rechter

Welnu, wat doet de gemeente Lansingerland: zij onderzoekt of Wim niet gewoon kan sporten met zijn eerder verstrekte vervoersvoorziening, zijn aankoppelbare handbike. En wat blijkt? Dat kan want Wim kan deelnemen aan allerlei toertochten en kan ook bij verschillende wielerverenigingen terecht.  Dat is echter niet wat Wim wil. Hij wil niet recreatief rijden maar deelnemen aan het wedstrijdcircuit handbiken, het NHC (Nationaal Handbike Circuit).

De vraag is dus: moet de gemeente hierin meegaan? De rechter heeft zich reeds eerder over deze situatie van Wim uitgesproken en geoordeeld: eiser kan met zijn rolstoel en aankoppelbare handbike sporten bij een vereniging en zo sociale contacten onderhouden. Niet gezegd kan dan ook worden dat eiser znder de vastframe handbike geen (rolstoel)sport kan beoefenen. Dat eiser heeft gekozen voor handbiken op hoog-wedstrijdniveau en dat eiser bij zijn vereniging alleen kan deelnemen aan een wedstrijd indien hij beschikt over een vastframe handbike, maakt niet dat het college (van burgemeester en wethouders) gehouden is deze aan de eiser te verstrekken of te vergoeden.

De rechter houdt echter een mogelijkheid open door te besluiten dat, indien blijkt dat Wim doorgaat in de wedstrijdsport, hij opnieuw een aanvraag voor een vastframe handbike moet kunnen doen bij zijn gemeente en de gemeente opnieuw moet overwegen deze alsnog te verstrekken. Dat is wat Wim dan ook doet na ruim een jaar.

Bezwaarschrift

Toch wijst de gemeente zijn verzoek weer af en dat wordt ondersteund door de uitspraak van de bezwaarschriftencommissie. Het argument dat er sprake zou zijn van ongelijke behandeling in de toewijzing van sportvoorzieningen omdat rolstoelbasketballers, rolstoeltennissers en rolstoelhockeyers wel een budget krijgen voor hun sportrolstoel, wordt nietig verklaard. Argument: ook bij deze aanvragen wordt getoetst of zij niet genoemde sporten kunnen bedrijven met hun ADL-rolstoel. Is dat niet het geval dn pas wordt het sportrolstoelbudget verstrekt. Zo ook bij Wim: de gemeente, ondersteund door de rechterlijke uitspraak, beslist dat Wim (recreatief) kan sporten met zijn als vervoersvoorziening verstrekte aankoppelbare handbike en dus hoeft de gemeente geen sportrolstoelbudget te verstrekken voor de aanschaf van een vastframe handbike.

Ironisch

De WMO kent geen onderscheid tussen recreatiesport en wedstrijdsport en denkt niet, zoals wij rolstoelsporters denken, vanuit een intrinsieke sportmotivatie (sporten om de belving van het sporten). Ze is louter gericht op maatschappelijke participatie en omdat Wim kan participeren met zijn aankoppelbare handbike, is de gemeente klaar met hem. Juridisch is hier geen speld tussen te krijgen. Voor Wim zuur: hij kan niet participeren waar hij wil participeren, namelijk in de wedstrijdsport.

Hoewel juridisch juist, is het volgende toch ironisch te noemen: Wim kan wel, op advies van het door de gemeente ingeschakelde adviesorgaan Argonaut, een ndere aankoppelbare handbike krijgen met bredere bullhorns en een handbike-wielbasisverlengsysteem op zijn rolstoel. Dit om zijn rugpijn te verminderen/voorkomen (bredere bullhorns) en het doorslippen van het voorwiel te verminderen/voorkomen (verlengsysteem). Wim zit hier echter niet op te wachten omdat het zijn probleem niet oplost: hij kan met een andere aankoppelbare handbike nog steeds niet deelnemen aan het wedstrijdcircuit!

De les die we hieruit zouden kunnen trekken:  vraag eerst, als wedstrijdsporter, je vastframe handbike aan als sportvoorziening. Die krijg je dan. Pas drna vraag je een aankoppelbare handbike als vervoersvoorziening, want met je vastframe handbike kun je immers geen boodschappen doen en dus niet participeren. Geheid dat je ze op deze manier wel allebei krijgt. Ook ironisch toch?

door Kees van Breukelen

Uitgelicht

uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners

Partners

uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners