Classificatie voor handbikers 2018

Delen
De stand van zaken met betrekking tot de handbikeclassificatie zoals die geldt/gaat gelden voor NHC en HandbikeBattle in seizoen 2018.

Het IPC (International Paralympic Committee) heeft een zogenaamde Classificatie Code opgesteld waar alle (inter)nationale federaties (inclusief de UCI) zich aan moeten houden. Deze code bestaat uit een set met regels waar de internationale en nationale sportbonden de classificatie van hun para-atleten op kunnen baseren. 

Het IPC heeft in haar classificatie code (2015) en IPC Model Rules 2017 bepaald dat classificatie gaat over het vaststellen van de (1) ‘impairment’ (beperking) en (2) de impact van die ‘impairment’ op de sport-specifieke activiteiten in een bepaalde sport. Bij het handbiken moet je dan denken aan de invloed die de beperking heeft op het vasthouden van de cranks en de invloed op de propulsie: het duwen aan de cranks en het trekken aan de cranks. 

De armen/handen, romp en connectie romp-been/benen, bepalen de effectiviteit van die aandrijving: vandaar dat de functie/limitatie van zowel armen/handen, romp en connectie romp met been/benen nauwkeurig in kaart gebracht moet worden met een arm-profiel en een romp-profiel van de atleet. Classificatie gaat dus over de mate van de limitatie(s) die de atleet ondervindt bij de uitvoering van de activiteiten in zijn sport, in ons geval handbiken. Of positiever geformuleerd: classificatie gaat over de motorische mogelijkheden van de atleet om zijn sport te beoefenen.  

Afgelopen jaren is er in Nederland geclassificeerd op basis van classificatieregels conform de regels van de IPC. Echter, betreffende het onderscheid tussen H4 en H5 was dit niet altijd in overeenstemming met de regels zoals de UCI dit had gedefinieerd. Afgelopen seizoen is door de KNWU besloten één lijn te trekken en in Nederland vooralsnog, grotendeels, de UCI-regels te volgen. (De UCI gaat in de toekomst mogelijk enkele regels veranderen, maar zolang dit nog niet zeker is, volgt de KNWU, grotendeels, de huidige regels van zijn moederorganisatie: de UCI.) Dit heeft enkele consequenties betreffende de classificatie-indeling voor het NHC en HandbikeBattle in seizoen 2018. 
 

Handbikeklasses

De volgende handbike klasses worden onderscheiden:
  • H1:
    Arm-profiel: (a) beperkte connectie Arm-Romp en (b) beperking Arm/Hand.
    Romp-profiel: (a) complete beperking Romp/geen Romp-functie.
  • H2: Arm-profiel: (a) beperkte connectie Arm-Romp en/of alleen (b) beperking Arm/Hand. Romp-profiel: (a) complete Romp beperking/geen rompfunctie.
  • H3.1: Arm-profiel: geen beperking. Romp-profiel: (a) complete beperking Romp MRC-graad 2.
  • H3.2: Arm-profiel: geen beperking. Romp-profiel: (a) beperking Romp MRC-graad 3/beperking connectie Romp-bekken. 
  • H4: Arm-profiel: geen beperking. Romp-profiel: (a) (bijna) geen beperking Romp MRC-graad 4/5 en (bijna) geen beperking van de connectie Romp-bekken, (b) beperking connectie Benen-bekken.
  • H5: Arm-profiel: geen beperking. Romp-profiel: (a) geen beperking Romp, (b) gelimiteerde/geen beperking connectie Been/benen-bekken. Minimale handicap: onderbeenamputatie.

Opmerkingen 

  • H3.1 en H3.2 worden alléén onderscheiden in de HandbikeBattle, waar geklommen wordt. In de overige nationale en internationale competities wordt het onderscheid tussen 3.1 en 3.2 alleen op papier gemaakt en worden, in de praktijk, 3.1 en 3.2 samengevoegd tot de H3-klasse.
  • De MRC-schaal is een schaal om de (resterende) kracht te meten van een spier of spiergroep. Romp MRC 2 betekent dat er (nagenoeg) geen rompfunctie aanwezig is. Romp MRC 3 betekent dat er beperkte rompfunctie aanwezig is. Romp MRC 4/5 betekent dat de rompfunctie (nagenoeg) intact is. Specifieke MRC-testen (Manual Muscle Testen) bepalen de betreffende schaal.
 

H3- of H4-atleten die een ATP-bike gebruiken

H3- en H4-atleten gebruiken doorgaans de liggende handbike (AP = Arm Power handbike). H3-atleten en H4-atleten die een ATP (= Arm-Trunk-Power) bike/kniezitter gebruiken, benutten al hun beschikbare motorische capaciteit zittend in de ATP bike. Deze atleten echter drijven de cranks van de kniezitter aan vanuit een niet-stabiele basis: het bekken. Het resultaat is een (veel) minder efficiënte romp beweging en om deze reden een verminderde krachtoverbrenging. Handbiken op deze manier door deze atleten kán op de lange duur  leiden tot fysieke klachten/rugproblemen en goede voorzorgsmaatregelen zijn daarvoor nodig in de vorm van adequate strapping. De UCI kent de ‘sport-rule’ dat élke atleet (dus óók de atleet met het H3- of H4-functie profiel) die een kniezithandbike gebruikt, automatisch in de H5-klasse wordt ingedeeld. De KNWU (aangestuurd door UCI-regels) moet die sportregel overnemen en dus geldt die regel ook voor het NHC als KNWU-gereglementeerde competitie. Voor de HandbikeBattle 2018 is ervoor gekozen om dit óók te doen om uniformiteit te verkrijgen en verwarring te voorkomen. Dus: ook al is je functionele klasse (die je wordt medegedeeld ná je classificatie) H3 of H4, wanneer je de wedstrijd rijdt met een kniezitter, dan wordt je automatisch ingedeeld in de H5-klasse.
 

H5-atleten die een AP-bike gebruiken

Atleten met het H5-functieprofiel die in staat zijn om de kniezitpositie aan te nemen, gebruiken doorgaans de kniezithandbike. Deze atleten kúnnen, in Nederland, evenwel gebruik maken van een AP-bike/recumbent bike/’ligger’. Omdat echter het profiel van de H5-atleet een weergave is van zijn motorische mogelijkheden, blijft zijn klasse H5, óók als hij een ‘ligger’ kiest. Dit is logisch: het is immers niet toegestaan om uit te komen in een klasse met atleten met minder motorische capaciteit (H4). In het buitenland, in een door de UCI gereglementeerde competitie, gaat diezelfde UCI je echter níet toestaan om, als H5-atleet, met een ‘ligger’ te starten: je wordt verwacht, als H5-atleet, met een kniezithandbike aan de start te verschijnen. Wij classifiers en ook de KNWU gaan je echter in Nederland niet verplichten om te switchen van ‘ligger’ naar de kniezitbike wanneer je reeds een ‘ligger’ hebt: je bepaalt zélf van welk type handbike je gebruik maakt en je mag dus gewoon meedoen in de competitie (NHC en HandBikeBattle) als functionele H5-atleet met je ‘ligger’, maar natuurlijk wél in de H5-klasse.

Atleten die gebruik móeten maken van een AP-bike omdat zij om de een of andere reden niet in staat zijn om de kniezitpositie aan te nemen, worden in de huidige classificatie gezien als H4-atleten en mogen dus met een ‘ligger’ aan de start verschijnen, niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland: als H4-atleten dus.

Er is momenteel een (wetenschappelijke) discussie gaande over díe atleten in de H4 die een voldoende connectie hebben tussen been/benen en bekken: met die connectie tussen been/benen en bekken zijn zij namelijk in staat om een ‘gesloten keten’ te vormen wanneer zij in de AP-bike liggen: zij kunnen zich als het ware ‘schrap zetten’ tegen de voetsteunen met één of twéé benen. Op deze manier creëren zij hiermee een voordeel, in de vorm van een grotere power leverantie, ten opzichte van de H4-atleten die níet in staat zijn deze ‘gesloten keten’ te vormen. Classificatie kan en mag echter pas veranderd worden wanneer ‘evidence based research’ heeft aangetoond dat verandering gewenst of noodzakelijk is: niet eerder. Er komt vanuit de UCI nu geld beschikbaar om dergelijk wetenschappelijk onderzoek op te gaan zetten. De resultaten daarvan zullen echter nog wel even op zich laten wachten.
 

Samenvattend voor 2018

  • Gebruik je een kniezithandbike, dan word je, ongeacht je motorische capaciteit (die overeen kán komen met H3 of H4), ingedeeld in de H5-klasse. Dit zowel nationaal als internationaal. Hier volgen we de UCI/KNWU.
  • Is je functionele profiel H5, maar rijd je, in Nederland, met een ‘ligger’, dan is dat toegestaan, maar je klasse blíjft H5. Dit geldt voor zowel NHC als HandBikeBattle. Hier wijken wij classifiers, en ook de KNWU, af van het UCI-standpunt: in een UCI-competitie in het buitenland mag je als atleet met het functionele H5-profiel immers níet starten met een ‘ligger’. Daar mag je als H5-atleet alleen starten met een kniezithandbike.
 

Kees van Breukelen en Ingrid Kouwijzer

Kees van Breukelen, MSc. is internationaal rolstoelsport-classifier voor handbiken, rolstoelrugby, rolstoelbasketbal en ‘Powerchair Hockey’. Ingrid Kouwijzer, MD, MSc. doet onderzoek naar het handbiken en is nationaal classifier voor aangepast wielrennen.

 

Uitgelicht

uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners

Partners

uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners